Eva voelde de metalen tralies tegen haar schouders toen ze zich klein maakte in de kooi. Haar knieën waren opgetrokken tegen haar borst, haar gezicht rustte op haar armen. De kooi was nauwelijks groot genoeg om rechtop te zitten. Het voelde alsof de muren dichterbij kwamen met elke seconde die verstreek.
Damian stond buiten de kooi. Zijn silhouet vulde de ruimte, lang en breedgeschouderd, gehuld in een zwarte hoodie en leren broek. Hij keek neer op Eva alsof hij een wild dier inspecteerde dat hij net had gevangen.
Deze vrouwen zijn doodsbang om betrapt te worden, maar geil genoeg om alles te riskeren. Ze willen dat je hun kut vult, diep, hard en zonder pauze. Geen gedoe, gewoon rauw neuken.
“Je begrijpt waarom je hier bent, Eva,” zei hij. Zijn stem was laag, dreigend kalm.
Eva slikte. Haar keel voelde droog. “Ja, Meester…”
“Zeg het duidelijk,” beval hij.
“Ja, Meester,” herhaalde ze.
Damian knikte langzaam. “Goed. Je hebt te veel controle gehad over je eigen leven. Je denkt dat je grenzen hebt. Dat je kunt beslissen wanneer je eet, wanneer je slaapt, wanneer je spreekt. Dat eindigt hier. Deze kooi is jouw wereld. En pas wanneer ik vind dat je klaar bent, haal ik je eruit.”
Eva voelde haar hart bonzen. Ze wilde iets zeggen, maar Damian knielde plots naast de kooi. Hij legde zijn hand op de tralies en zei: “Elke minuut die je hier zit, neem ik een stukje van je trots af. En aan het einde blijft er niets over behalve overgave. Begrijp je dat?”
Eva knikte.
“Zeg het,” zei Damian.
“Ik begrijp het, Meester,” fluisterde ze.
“Luid,” snauwde hij.
“IK BEGRIJP HET, MEESTER!”
Damian glimlachte. “Goed meisje. Dan laat ik je nu alleen. Denk maar na over alles wat je dacht dat je was.”
Hij draaide zich om en liep weg. De deur sloeg dicht. Het geluid weerkaatste in Eva’s borstkas. Toen was het stil.
De eerste uren waren het ergst. Eva zat in het donker, hoorde niets behalve haar eigen ademhaling. Ze wist niet of het dag of nacht was. Elke spier in haar lichaam protesteerde tegen de ongemakkelijke houding, maar er was nergens ruimte om te bewegen.
Haar gedachten draaiden in cirkels. Ze herinnerde zich Damian’s blik toen hij de kooi dichtdeed. Kil, maar met een glimp van voldoening. Hij genoot hiervan.
Ze wilde boos worden, maar boosheid hielp niet. Boosheid maakte haar alleen maar meer bewust van haar machteloosheid.
Na een tijd – ze wist niet hoeveel – hoorde ze stappen. Damian kwam terug. Hij zette een metalen kom water en een schaal met droog brood net buiten de kooi.
“Je mag eten,” zei hij.
Eva kroop naar voren en probeerde de schaal door de tralies te bereiken, maar hij schoof hem net iets verder weg.
“Vraag het,” zei Damian.
Eva beet op haar lip. “Meester… mag ik alsjeblieft eten?”
Damian schoof de schaal dichterbij. “Goed zo.”
Ze pakte het brood en at het snel op. Damian keek toe, zijn armen over elkaar.
“Langzaam,” zei hij. “Ik wil dat je elk stuk proeft. Dit is niet jouw ritme. Dit is mijn ritme.”
Eva vertraagde, haar ogen neergeslagen.
“Je begint het te begrijpen,” zei Damian zacht. “Maar we zijn pas begonnen.”
Eva had geen idee hoeveel tijd er was verstreken. Haar lichaam deed pijn. Haar lippen waren droog en gebarsten. Ze had geprobeerd te slapen, maar de kooi was te klein om zich uit te strekken.
Damian kwam terug met een emmer water. Hij zette hem naast de kooi. “Je mag jezelf wassen,” zei hij. “Maar alleen waar ik naar kijk.”
Eva’s gezicht liep rood aan.
“Uitkleden,” beval Damian.
“Meester… ik ben al…”
“Alles,” onderbrak hij haar. “Ook dat hemdje.”
Ze aarzelde, maar trok het langzaam uit. Damian bekeek haar aandachtig.
“Kijk me aan terwijl je het water gebruikt,” zei hij.
Eva pakte een natte doek en begon zichzelf te wassen. Het voelde alsof elke blik van Damian haar huid brandde.
“Langzamer,” zei hij. “Ik wil dat je voelt hoe afhankelijk je bent van mijn toestemming.”
Eva deed wat hij zei, haar ogen op de zijne gericht.
“Goed zo,” zei Damian toen ze klaar was. “Maar je bent nog niet genoeg gebroken. Je denkt nog steeds dat je waardigheid hebt. Dat zal ik eruit halen.”
De dagen (of nachten?) daarna bracht Damian korte bezoeken. Elke keer kreeg Eva een opdracht. Soms moest ze hem smeken om water. Soms moest ze hardop haar schaamte uitspreken.
“Vertel me wat je nu bent,” zei Damian op een avond.
“Ik… ik ben uw bezit, Meester,” zei Eva zacht.
“Luid,” zei hij.
“IK BEN UW BEZIT, MEESTER!”
“En wat betekent dat?”
“Dat ik niets ben zonder u.”
Damian knikte tevreden. “Beter. Maar nog niet genoeg.”
Soms liet hij haar een kwartier in stilte wachten terwijl hij haar aankeek. Soms gaf hij haar opdrachten die haar schaamte tot het uiterste dreven.
“Je zult voor me zingen,” zei hij op een avond.
“Meester, ik kan niet zingen…”
“Je zult zingen. Of ik laat je zonder water zitten.”
Eva zong. Haar stem trilde, maar Damian glimlachte. “Goed. Nog een couplet.”
Na wat voelde als een eeuwigheid – dagen? weken? – kwam Damian terug met een sleutel. Hij opende de kooi.
Eva kroop eruit, haar benen trilden van de zwakte. Ze wilde hem omhelzen, smeken om genade, maar Damian hield haar tegen.
“Kniel,” zei hij.
Eva knielde. Haar hoofd was gebogen.
“Je hebt geleerd dat je niets bent zonder mijn toestemming,” zei Damian. “Maar je hebt nog één test. Kijk me aan en zeg het.”
Eva hief haar hoofd, haar ogen vol tranen. “Ik… ben niets zonder u, Meester.”
Damian knielde voor haar neer en legde een hand onder haar kin. “En nu… ben je klaar om alles voor me te doen.”
Eva knikte langzaam. Ze wist dat hij gelijk had.